Strategische watervoorraden
Bij de introductie van de strategische watervoorraden in de Vierde Nota werd deze term gekoppeld aan de grondwatervoorraden. In het huidig beleid (Nationaal Waterplan) ligt het accent op het IJsselmeer als strategische zoetwatervoorraad. Wel wordt meer regionale zelfvoorziening nagestreefd door in natte periodes waar mogelijk water te conserveren en te bergen.
Strategische watervoorraden is een term die is geïntroduceerd in de Vierde Nota Extra (deel 1, beleidsvoornemen). Het reserveren van grondwatervoorkomens voor drinkwatervoorziening kan van belang zijn voor bescherming van toekomstige winningen en als reserve voor calamiteitensituaties. Aangegeven wordt dat de beste grondwatervoorraden liggen in de volgende gebieden: het Drents Plateau, de Veluwe, en delen van Noord-Brabant en Midden-Limburg.
Er wordt een nadere standpuntbepaling aangekondigd die leidt tot de beleidsconclusie dat in streekplannen, bestemmingsplannen en sectorplannen voldoende bescherming kan worden geboden. Dus wordt het begrip als beleidsterm weer ingetrokken. In de discussie speelde het een belangrijke rol dat met name vanuit de landbouw de indringende vraag werd gesteld wie de boeren zou gaan vergoeden wanneer extra beperkingen aan het grondgebruik zouden worden gesteld vanwege strategische grondwatervoorraden.
In de discussies over deze nota kwam ook de rol van het IJsselmeer als strategische voorraad naar voren. Uiteindelijk is dat ook niet in deze nota vastgelegd en is doorverwezen naar het Structuurschema Drinkwatervoorziening dat toen in de maak was.
In de studie ‘Waterwinnen met kwaliteit’ (1997) zijn twee contrasterende beleidsopties voor de zoetwatervoorziening uitgewerkt. De eerste gaat uit van het duurzaam winnen van zoveel mogelijk grondwater. Dit betekent dat de grote grondwatereenheden in hun interne samenhang moeten worden benaderd, bescherming van een grote oppervlakte en flinke verschuivingen in het ruimtegebruik (natuurontwikkeling). In deze studie werd wel aangegeven dat er grote onzekerheden bestaan over de op deze wijze te winnen hoeveelheid. In de tweede optie is het accent gelegd op de grote wateren. Het gebruik van het IJsselmeer blijft hierbij erg belangrijk, zoals in het Nationaal Waterplan (2009) is aangegeven.
"Wat bescherming tegen verontreiniging betreft, wordt naast het algemeen waterkwaliteitsbeleid bijzonder (gebiedsgericht) beschermingsbeleid gevoerd. De waterlichamen waaruit drinkwater wordt onttrokken en/of industriële winningen voor menselijke consumptie plaatsvinden, zijn opgenomen in het register van beschermde gebieden en worden als zodanig ook vastgelegd in de stroomgebiedbeheerplannen. In provinciale milieuverordeningen zijn grondwaterbeschermingsgebieden vastgelegd. Het rijk wil waar nodig bevorderen dat het provinciaal beleid inzake grondwaterbeschermingsgebieden op gemeenschappelijke uitgangspunten is gebaseerd, en zal met het oog daarop samen met de provincies een leidraad grondwaterbeschermingsgebieden opstellen. Ook in de rijkswateren worden in verband met de implementatie van de Kaderrichtlijn Water drinkwaterbeschermingszones ingesteld rond drinkwaterinnamepunten. Specifiek ten aanzien van de bescherming van de drinkwaterfunctie wordt een onderzoek gestart naar de vraag of, en op welke wijze, een early warning systeem kan worden ingericht om drinkwaterwinningen te beschermen tegen verontreinigende stoffen".